Kortfilmfestival - Vlaamse kortfilmcompetitie (deel 3)

Reeks drie opent met 27 (****), een mini-roadmovie door de Brusselse Nieuwstraat op een zomerse soldendag. Het personage van Titus De Voogdt is 27, net als zijn vriendin, en dat is “een gevaarlijke leeftijd” - wat dat concreet betekent, zien we op het einde. Zoals in elke roadmovie komt ook hier het hoofdpersonage allerlei vreemde figuren tegen, in dit geval het levende straatmeubilair van elke winkelstraat. De bedelaar, de zwarte man die de blanke man aanmaant geen schrik te hebben van de zwarte man, de ronselaar voor het goede doel. Ook een mini-groepje manifestanten kruist zijn pad. 27 is bijna een verfilming van een column: de hoofdfiguur volgt een consequente logica en neemt zo een aantal niet helemaal politiek correcte standpunten in, weliswaar niet zonder zichtzelf mateloos te relativeren. Zo wordt op een amusante manier het debat geopend – al moet je nu ook geen grootse thema’s verwachten, het moet een beetje plezant blijven. Titus De Voogdt is uitstekend geplaatst om deze film te dragen en – niet onbelangrijk – er zit de nodige vaart in het verhaal.

Nauwelijks bekende regisseurs op deze zestiende editie van het Kortfilmfestival, maar Cecilia Verheyden kennen we nog van de editie van 2007: haar inzending Ou Quoi werd toen terecht bekroond. Met haar ervaring, onder meer ook met de documentaire Climbing Spielberg, is
Bluf (*) wellicht de meest mature film van de competitie. Tiemen Van Haver, die ook meespeelt in Hitomi uit reeks 4, speelt een van de middelbareschooljongens en –meisjes die verslaafd geraken aan gokken. Visueel ziet het er allemaal heel mooi uit en het is knap gemonteerd, maar eigenlijk heeft het verhaal net iets te weinig om het lijf om meer dan een half uur te kunnen boeien, en als een verkrachtingssc√®ne je na vijfentwintig minuten inleiding nog niet kan raken, dan schiet de uitwerking van de personages toch iets tekort.

Vijftien (***) snijdt het moeilijke thema van de ontluikende seksualiteit aan. Ondanks het beperkte tijdskader schetst regisseur Samuel Fuller met rake observaties de veranderende relatie tussen een zoekend vijftienjarig meisje en haar vader – en vindt hij ook de juiste toon daarvoor. Geert Van Rampelberg is uitstekend als vader van het meisje dat tot voor kort nog driekwartsbroeken droeg, enige minpunt is de iets te karikaturale rol van de Hollandse scharrel die de vader in huis neemt.

St James Infirmary (**) volgt vier jongelingen met psychische problemen die in een chalet in de bossen aan hun genezing werken, onder begeleiding van een psycholoog. Ze hebben allemaal hun stereotiepe fixatie, zoals het gothic-meisje dat zich iets te ver in haar rol inleeft en zichzelf voortdurend opmaakt tot een overtuigend zelfmoordtableau. Deze kortfilm had gerust wat langer mogen duren: de veertien minuten zijn net iets te beperkt om de personages goed te leren kennen, en om er een steviger verhaal mee te bouwen.

Aha, nog eens Rik Verheye in de allerlaatste minuten. Zijn handen mogen meespelen in
Links – Rechts (**), een kunstzinnige projectie van beeld en geluid met handen in de hoofdrol. Linkshandigheid wordt in de kleuterschool al eens hardhandig omgezet in rechtshandigheid, maar deze onrechtvaardigheid wordt hier daadkrachtig aangepakt. Origineel idee, en visueel verdient deze kortfilm niet minder dan het grote scherm, maar je moet er voor zijn – voor velen is dit wellicht een te lange videoclip.


0 reacties :: Kortfilmfestival - Vlaamse kortfilmcompetitie (deel 3)